Ik heb een vraag - homepage

Zijn vogels zoals een vliegtuig (snel lopen en dan opstijgen) of een parachute (snel dalen en dan zweven) beginnen te vliegen?

pijl06/05/2008 - Willy (57 jaar)

Biologie

Antwoord

Er zijn wel degelijk twee hypothesen die een verklaring kunnen bieden over hoe vogels zijn beginnen vliegen (eigenlijk zijn het de dinosauriërs die zijn beginnen vliegen, zelfs vóór de echte vogels): de cursorische hypothese en de arboreale hypothese

De cursorische hypothese is dus een beetje analoog met het vliegtuig (snel lopen en dan opstijgen). Als men de nauwste verwanten van de vogels in beschouwing neemt, dan ziet men dat dit middelgrote dino's waren die zeer goed konden rennen, waarbij ze liepen op hun achterpoten. Dit zijn dino's die behoren tot de familie van de Dromaeosauridae. Enkele van deze dino's, en zelfs nog een aantal primitievere dino's, hadden kleine vleugeltjes aan de handen. Deze hypothese stelt dus dat vliegen is ontstaan doordat initieel deze dino's snel renden achter hun prooien, en waarbij diegene die ook beschikten over een handvleugel, in staat waren om daarmee te slaan en zo grotere sprongen te maken (zonder al echt te vliegen). In de loop van de evolutie is die handvleugel groter geworden, en is er nóg een vleugel (dus een reeks van slagpennen) ontstaan op de onderarm, waardoor nog meer opwaartse kracht kon geproduceerd worden tijdens het slaan met de armen. De combinatie van snel rennen én het slaan met die vleugels heeft dan uiteindelijk mogelijk gemaakt dat dino's zijn beginnen vliegen. Enkele fossiele dino’s die snelle renners waren en voorzien waren van een handvleugel zijn bijvoorbeeld Caudipteryx zoui en Sinornithosaurus millenii.

Een andere, oudere hypothese, is de arboreale hypothese. Deze stelt dat vliegen is ontstaan via een tussenfase van zweven, meerbepaald zweven vanuit bomen (vandaar ‘arboreaal’, wat verwijst naar leven in bomen). Voor men de talrijke fossiele overgangsvormen kende, die meer en meer de cursorische hypothese ondersteunen, waren sommige wetenschappers er van overtuigd dat vliegen ontstaan was bij dinosaurusachtige reptielen die in bomen klauterden, en zo initieel van de ene boom naar de andere zweefden met behulp van eenvoudige vleugels (eventueel zelfs met een voorfase van parachuteren). Door het ontstaan van beter ontwikkelde vleugels, zouden ze dan uiteindelijk in staat zijn geweest om zo van de ene boom naar de andere te vliegen. Het onderscheid tussen zweven en vliegen is dat je bij zweven steeds van een hoger gelegen punt moet starten om dan steeds te eindigen op een lager gelegen punt (bij vliegen kan je van gelijk waar vertrekken en gelijk waar eindigen). Maar, één recent fossiel zou kunnen aantonen dat vliegen mogelijk toch via deze manier zou kunnen ontstaan zijn, nl. Microraptor gui. Deze dinosaurus had goed ontwikkelde vleugels op armen maar ook op de achterpoten. Grote pluimen op achterpoten zou niet handig geweest zijn om snel te kunnen rennen. Vandaar dat men als hypothese gesteld heeft dat op z’n minst voor deze Microraptor, vliegen zou kunnen ontstaan zijn waarbij vanuit een boom naar een andere plaats kon worden gevlogen.

Dus, zoals het er nu uit ziet (op basis van de fossiele evidentie die men heeft), is het niet uit te sluiten dat het vliegen meerdere keren onafhankelijk van elkaar zou zijn ontstaan, en dit op verschillende manieren (dus zowel zoals een vliegtuig als zoals een parachute).

Deze vraag werd beantwoord door:
Prof. Dr. Dominique Adriaens
Hoofddocent Vakgroep Biologie, Hoofd onderzoeksgroep 'Evolutionaire Morfologie Vertebraten' en Directeur Museum voor Dierkunde

Universiteit Gent
Universiteit Gent
 
Enkel de vraagsteller en de wetenschappers kunnen reageren op deze vraag en het antwoord.