Ik heb een vraag - homepage

Als men DNA isoleert uit wangcellen of kiwi's, dan zweven er onderaan eiwitten. Maar waarom zweven deze onderaan en komen ze bv niet terecht in de ethanol zoals het DNA?

pijl22/03/2010 - Swann (17 jaar)

Biologie

Antwoord

Beste,

DNA en RNA dat je probeert te isoleren is erg polair (bevat ladingen op de fosfaatgroepen) en zal zolang mogelijk in water blijven zitten (opgelost). Als je ethanol in dat water oplost verandert de samenstelling van je oplosmiddel (minder polair), maar DNA zal pas neerslaan al je bijna pure ethanol hebt.

Eiwitten verschillen allemaal van samenstelling (aminozuurvolgorde) en zijn daardoor ook allemaal lichtjes verschillend van eigenschappen (polair - apolair). Meestal zijn ze minder polair dan DNA, maar zij hebben hun polair en apolair karakter (lees: polaire en apolaire aminozuren) ook nog ongelijk verdeeld over hun structuur. Eiwitten die in water oplossen (en deze isoleer je mee met het DNA) zijn aan hun buitenoppervlak (het gedeelte van het molecuul dat met water in contact komt) heel zeker polair, maar binnenin gerold zitten dan de apolaire groepen van de apolaire aminozuren verborgen voor het water. Doe je nu ethanol bij deze oplossing (beetje bij beetje) dan zullen de eiwitten zich op een bepaald moment ontrollen en komen de apolaire groepen naar buiten te steken. Vermits ethanol (in water) nog redelijk polair is, gaan deze ontrolde of gedenatureerde eiwitten liever samenklitten (plakken) dan opgelost te blijven in het solvent (ethanol-water mengsel) en krijg je een neerslag die uitzakt in de proefbuis of in het epje. Deze kan je afcentrifugeren en daarmee verwijderen uit de DNA oplossing.

Opgelet: niet alle eiwitten zal je zo kunnen verwijderen, er blijven er altijd nog opgelost bij het DNA: nadien kan je dit controleren met de spectrofotometer (in UV bij 260 en 280 nm).

Met vriendelijke groeten,

Myriam Meyers

docent industriële biochemie en microbiologie

KHLim dep. industriële wetenschappen - masteropleiding biochemie

Diepenbeek

Deze vraag werd beantwoord door:
ir. Myriam Meyers
docent

Katholieke Hogeschool Limburg
Katholieke Hogeschool Limburg
 
Enkel de vraagsteller en de wetenschappers kunnen reageren op deze vraag en het antwoord.